Factoren tijd en geld maken circulair ondernemen nu nog lastig

  • Innovatie & MVO
  • Bron: RegioinBedrijf Connect

Wat is er voor nodig om als bedrijf circulair te gaan ondernemen en is de tijd al rijp om opdrachtgevers hierin mee te nemen? Die vragen stonden centraal tijdens de thematafel Circulaire Economie.

Factoren tijd en geld maken circulair ondernemen nu nog lastig

Naast gespreksleider Fons Claessen (projectmanager circulaire economie bij Fontys) schuiven voor het gesprek aan: Willy van Mensvoort (directeur van Mensvoort Veghel BV), Suzanna Muller (accountmanager bedrijven bij gemeente Dongen), Jev Everhard (broker bij Greendeals.nl), John van de Merbel (managing director bij JMT international), William Dircken (manager vastgoed bij RWS partner in wonen) en Frans Moraal (directeur Regio in Bedrijf).

Afvalloze productie

Ambitieus trapt Fons Claessen af: “Vanuit de lineaire economie waarin we ons bevinden, moeten we onze producten nu zo gaan ontwerpen dat geen sprake meer is van afval.” Die gedachte juicht de overheid in ieder geval toe: zij wil naar een afvalloze samenleving in 2050 met een tussendoel van 50 procent in 2030.

Bij het bedrijf in meubilair en vloerbedekking waar John van de Merbel werkt, is afvalloze productie verweven met de organisatie. “We gebruiken alles zoveel mogelijk opnieuw. We repareren en vervangen. Voor 90 procent is ons productieproces zo ingericht, dat we altijd kunnen recyclen.”

Willy van Mensvoort vertelt dat zijn bedrijf van Mensvoort Veghel BV, dat zich bezighoudt met sloop- en infraprojecten, al sinds de jaren dertig materialen hergebruikt. “Het is wie we zijn. Wat we heel belangrijk vinden, is klanten bewust maken van wat we kunnen. Jammer om te zien dat je daar niet altijd de tijd voor krijgt.”

Offertetraject

Claessen is benieuwd of de tafelgasten vooral kansen in de markt zien of dat obstakels en belemmeringen toch nog de overhand hebben. Van Mensvoort: “Bij een sloopproject kun je materiaal volledig hergebruiken. Mogelijkheden zijn er genoeg, maar telkens gaat het weer over prijs en tijd. Dat zit er nu eenmaal heel diep ingebakken.” In offertes moet zijn bedrijf zo scherp zijn, dat er weinig ruimte overblijft. “Vaak haal je het zelfs niet om break-even te komen.”

Frans Moraal is benieuwd hoe opdrachtgevers de antwoorden op tijdrovende vragen die tijdens aanbestedingen worden gesteld, kunnen controleren. “Hoe kan de opdrachtgever verschillende offertes op deze manier op waarde vergelijken? Het wensenlijstje neemt steeds verder toe in omvang.”

Het is een vraag die de anderen zichzelf ook wel eens hardop stellen. Claessen vraagt zich af waarom bedrijven zoals die van de tafelgasten dit soort vragen telkens opnieuw moeten beantwoorden. “Je zou eigenlijk één keer een soort footprint van je bedrijfsvoering moeten kunnen maken die je steeds kunt overleggen.”

Van de Merbel: “Zo lang de regelgeving niet verandert, doe je niks. De bal ligt echt bij de overheid. Daar worden weliswaar doelen gesteld, maar we zien te weinig medewerking.” Jev Everhard heeft een ander perspectief: “Er wordt heus wel stilgestaan bij aanbestedingsregels door beleidsmedewerkers. Het resultaat zijn dikke pakketten waar ongetwijfeld over na is gedacht. Daar is het echter nog niet mee opgelost. Wat voorop staat, is dat het punt van circulaire economie wordt meegebracht in de aanbesteding. Dit zijn weliswaar lange trajecten, bovendien hebben we ook te maken met eisen vanuit Europa. Wat zou kunnen werken, is dat opdrachtgevers de aanbesteding zo inrichten, dat ze kiezen voor de meest circulaire offerte. Lastige materie binnen aanbestedingsprocedures.”

Voorwaarden en criteria

Moraal stelt een terechte vraag. Hij is benieuwd of van tevoren door opdrachtgevers wel wordt aangegeven waaraan de offerte moet voldoen. Van de Merbel beaamt dit stellig. “Heel nauwkeurig zelfs. Maar de prijs is telkens leidend.” Moraal: “Die eenheden zouden hetzelfde moeten zijn.”

Van de Merbel: “Je wordt het of je wordt het niet. Als wij aan zouden geven dat we geen groene stroom gebruiken, hebben we geen idee wat dat voor consequenties heeft in de aanbesteding.”

Van Mensvoort krijgt wel degelijk feedback. “De gestelde criteria kunnen echter heel erg van elkaar verschillen, blijkt dan achteraf. Zelfs binnen dezelfde gemeente. Bedrijven van grote omvang weten vaak wie er gaat beoordelen, daar wordt een tekstschrijver opgezet.”

Zoek elkaar als bedrijven onderling op, adviseert Suzanna Muller, accountmanager bedrijven bij Gemeente Dongen. “Je hoeft hierin niet afhankelijk van de overheid te zijn. Toon samen lef en vang elkaar op als het niet goed gaat.” Claessen is van mening dat circulaire economie pas echt werkt, wanneer de hele context verandert. “Overheid, zorg dat je als launching customer in beeld bent.”

Van de Merbel: “Maak de offerte zo, dat deze transparant is en niet wordt beoordeeld op het laagste bedrag. Als een gemeente milieuvriendelijk wil zijn, dan moet ze een extra investering van vijf procent incalculeren.” Everhard: “In de aanbesteding het doel voorop stellen. De criteria van een circulaire economie gaan voor.”

Everhard, broker bij Greendeals.nl, denkt dat MVO-managers invloed kunnen uitoefenen bij het management van potentiele bedrijven. “Anders kom je überhaupt niet door de preselectie van drie of vier offertes.” Voor Van de Merbel is dat de spijker op zijn kop. Muller beaamt: “Zo moet het bij iedereen gaan leven.”

Databank

Wat het hergebruik van materialen betreft: De woningcorporatie waar William Dircken werkt, kijkt nu naar de opties van een databank, voor het tijdelijk stallen van materialen waar op een later moment gebruik van kan worden gemaakt. In zo’n databank moet alles wat een gebouw ingaat, nauwkeurig worden genoteerd. “Inclusief de waarde van materiaal”, vult Claessen aan. Van de Merbel denkt dat zo’n databank vooral van waarde is voor de huizen die een corporatie nog moet gaan bouwen.

“Een baksteen die nu uit de sloop komt, moet inderdaad nog flink worden bewerkt”, geeft Dircken aan. “Daarom kiest iedereen voor een nieuw exemplaar. Pas wanneer je binnen de economie op een andere manier gaat belasten waardoor ruimte ontstaat, hoeft die nieuwe baksteen niet gemaakt te worden.”

Claessen: “Wie echt tot een circulaire economie wil komen, moet vooral kijken waar de verbinding met andere ketens ligt. De circulaire economie is er dan ook meer één van netwerken, waar cirkels met elkaar worden verbonden.”

Een groot nationaal programma dat netwerken aan elkaar knoopt, ziet Everhard voor zich. “Circulaire projecten zijn allemaal lokaal. Met het starten van een regionaal of provinciaal kenniscentrum hoeven niet alle lokale overheden telkens het wiel opnieuw uit te vinden. Denk aan een partnerwerk zoals het House of Leisure. Een unit waarmee overzicht ontstaat. Bedrijven willen hun signalen kwijt kunnen zonder daarvoor naar Den Haag te hoeven.”

Tijd en geld als doorslaggevende factoren in een offertetraject zijn meer dan eens teruggekomen tijdens het gesprek. Een aanbesteding zou juist op zo’n manier moeten worden ingericht, dat in het offertraject automatisch wordt gekozen voor de meest circulaire optie. De waarde van een databank waarin te hergebruiken materiaal is terug te vinden, wordt herhaaldelijk genoemd. Ook al vinden sommigen dat de bal vooral bij de overheid ligt, de echte kansen doen zich voor op het moment dat bedrijven elkaar opzoeken.

Auteur: Carline Klijn – van Best

Meer informatie over Fontys:

Bekijk het complete profiel

The Santa's Club WELCOME TO SANTA'S CLUB

Met je collega’s, vrienden of zakenrelaties je eigen kerstpakket shoppen?