Praktisch onderwijs aantrekkelijk maken voor jongeren: “Ouders zijn vaak de bottle neck”

  • Onderwijs & Training

Zowel onderwijsinstellingen als het bedrijfsleven zien het tekort aan praktisch opgeleide jongeren oplopen. Bedenk daarbij dat tot 2020 jaarlijks 70.000 technische vakmensen met pensioen gaan en het gat op de arbeidsmarkt wordt zichtbaar groter.

Praktisch onderwijs aantrekkelijk maken voor jongeren: “Ouders zijn vaak de bottle neck”

Vertegenwoordigers uit het onderwijs en uit het bedrijfsleven praatten met elkaar over de ideeën en good practices waarmee structureel kan worden voldaan aan de vraag naar gekwalificeerd personeel tijdens RegioinBedrijf Connect. Manfred van de Kreeke somt de cijfers op: “In Nederland zitten op dit moment 350.000 mensen zonder werk. Tegenover iedere vacature staat nu 1,4 werkloze. Er zijn wel mensen, maar natuurlijk is lang niet iedereen inzetbaar voor de openstaande functie.”

Ouders als bottle neck

Cees Pronk vertelt uit eigen ervaring: “Jongeren zien de wereld van techniek wel zitten, de ouders zijn echter de bottle neck. Jongens en meiden kunnen bij ons smeden, aluminium bewerken, ze vinden het geweldig. Hun ouders zeggen echter dat je daar smerige handen van krijgt, niet genoeg verdient. En dat terwijl wij met hightech bedrijven samenwerken.” Het feit dat ambachtelijke beroepen niet in trek zijn bij leerlingen, ligt dat echt alleen aan de ouders? De vraag wordt hardop gesteld. Een groot deel van de tafelgasten denkt dat het ook met het onderwijs te maken heeft.

Vrouwelijke leerkrachten

Daarop wordt een interessante kwestie op tafel gelegd: “Begint het gebrek aan enthousiasme voor praktische beroepen niet al op de basisschool, waar tachtig procent vrouw is? Het zou kunnen leiden tot minder intrinsieke motivatie om te onderwijzen in techniek.” Van de Kreeke haalt daarop het  belang aan van de juiste mensen op de juiste plaats in het motiveren van kinderen. “Volgens mij komen er nu steeds meer technieklessen op de PABO, juist om ook vrouwelijke leerkrachten te motiveren.”

Tweedeling in maatschappij

Sommigen aan tafel hebben het idee dat de keuze voor een toekomstig beroep voor een tweedeling zorgt. “Of je kind haakt aan in de upper class of het is veroordeeld tot een ambachtelijk beroep. Althans, dat is volgens mij hoe veel ouders hier tegenover staan.” Pieter Willemse, vader van een zoon met PDD-NOS en dyslexie, heeft met eigen ogen gezien hoe de juiste begeleiding kan zorgen voor een mooie loopbaan. “Je moet het als werkgever wel aandurven ze op te halen. Laat deze jongeren lol krijgen in wat ze doen en biedt ze een volwaardige opleiding.”

Pronk legt uit dat een aantal jongeren het in zijn bedrijf presteert om in tien lesuren op lasniveau 1 te komen. “Fantastisch toch? Op een gegeven moment komen ze in een automatisch proces.” Veel van de tafelgasten zijn het erover eens dat bij de scholen begonnen moet worden, wil je iets bewerkstelligen. Het bedrijf Berko Wijchen B.V. dat de zoon van Kokke inmiddels heeft overgenomen, is betrokken bij een techniekdag. Kokke is ervan overtuigd dat je als bedrijf zelf voor de motivatie van mensen moet knokken, zij het via het onderwijs. “Gedurende negen vrijdagen hebben gepensioneerden van ons bedrijf op basisscholen techniekles gegeven.” Het bedrijf pleegt zelden acquisitie. “Jongeren zoeken ons zelf op.”

Technieklessen

Net zoals bij het initiatief Techniek Pakt gebeurt, kunnen bedrijven samenwerken in verschillende initiatieven. Van de Kreeke is benieuwd of de tafelgasten de bedrijfsdeuren openzetten, wat het instromen van nieuwe leerlingen bevordert. Pronk antwoordt daarop dat hij vanuit Mondra Opleidingen een aantal keer per jaar een voordracht houdt op school. “Ook laten we leerlingen zien wat we doen.”

Zestigplusser als leermeester

In het bedrijf van De Wildt werd deze week nog een medewerker van zestig jaar aangenomen, die heel bewust de ruimte krijgt. “We laten hem vier dagen knallen in plaats van vijf dagen half werken. Mensen van deze leeftijd hebben ervaring genoeg. Als je hen nog lange tijd wilt inzetten, is het slim ze een dag rust te gunnen voordat last aan de schouder of de nek ontstaat. Je bent weg als je er een probleem van maakt dat zestigplussers net iets minder productief zijn.” Ivo Van Opbergen: “Ook de kracht van zestigplussers als leermeester moeten bedrijven niet onderschatten.” 

Buiten de landsgrenzen

In de zoektocht naar personeel ziet Reijnen bedrijven ook bij Portugezen uitkomen. “Dat zijn heel vakbekwame mensen, maar je moet hen wel faciliteren omtrent de communicatie.” Dat merkt Petra Krop op het Expat Center net zo goed, waar het steeds drukker wordt. Dan is er nog zoiets als de constructieveiligheid. De Wildt vertelt dat zijn opdrachtgevers zeggen niets te kunnen met mensen die zich niet bewust zijn van de gevaren. Willemse nuanceert: “De bereidheid van onder meer hoog gekwalificeerde mensen uit Roemenië neemt al hard af. Daar trekt nu ook de economie aan. We zouden na moeten denken over het outsourcen van bepaalde gedeeltes van het werk. Mensen willen het werk wel doen, ze willen alleen hun woonomgeving niet verlaten.” Welke taak ligt hierin weggelegd voor de onderwijsinstellingen? Van Opbergen vindt dat op alle niveaus moet worden samengewerkt: Door de basisschool, het vmbo, het mbo. “Iedereen moet daar iets aan doen. Want als de economie straks de andere kant op slaat…” Pronk vult aan: …”Dan is er geen budget meer.”

Praktisch onderwijs

Van de Kreeke is nieuwsgierig in hoeverre in de bedrijven van de mensen aan tafel sprake is van een gat tussen het afstudeerniveau en het startniveau van mbo- en hbo-ers. Een gat wordt niet persé erg gevonden. Reijnen: “Het is als met het behalen van een rijbewijs. Je leert pas echt in de praktijk. Niet één bedrijf vindt het een probleem iemand te begeleiden in een transformatie.” Rob van Hest zegt dat de verwachtingen ten opzichte van een medewerker, voor iedere organisatie verschilt. Soft skills, die blijken het belangrijkst voor de aanwezigen. “Bij een mbo-er mag je best vragen om pragmatische inzichten.” Reijnen haakt aan: “Op papier kan iemand een goede monteur zijn, dan nog maak je het mee dat je hem in vijf weken drie keer uit zijn bed moet bellen. Competentie zegt niks.” De Wildt doet daar een schepje bovenop: “Mijn klanten zeggen tegen me dat ze op de hbo-er wachten.”

Vanuit zijn rol als ASL-trainer wil Willemse daar graag op reageren. “Je kunt jongeren wel degelijk motivatie meegeven, ook op het gebied van zelfinzicht en communicatievoorkeuren. Vaak zijn onze cursisten vooraf sceptisch, maar na twee dagen zijn we ook maar wat blij met wat ze hebben opgestoken. Je haalt veel meer uit deze jongeren dan je denkt. Maar je moet het wel zien aan te raken.” En de onderwijsinstellingen, is het mogelijk hen vakinhoudelijk een leven lang op te leiden? Willemse ziet een rol weggelegd voor ROC’s die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van platforms voor alle betrokkenen. Van Opbergen: “Er is genoeg kennis, daarom moeten we elkaar vinden. Kartrekkers heb je nodig, vanuit de overheid én vanuit het onderwijs.” 

Auteur: Carline Klijn – van Best

Meer informatie over ROC West-Brabant:

Bekijk het complete profiel

Linkedin bedrijfspagina RegioinBedrijf Volg RegioinBedrijf op Linkedin

Volg RegioinBedrijf op LinkedIn en blijf op de hoogte van regionale ontwikkelingen!