Sport van belang voor Nederlandse economie

  • Regionale ontwikkeling
  • Bron: Hogeschool Arnhem Nijmegen

De toegevoegde waarde van sport, uitgedrukt als aandeel in het totale Nederlandse Bruto Binnenlands Product (BBP), bedraagt 1,0%. Dat staat in het onderzoeksrapport ‘De bijdrage van sport aan de Nederlandse economie’ van de Hogeschool Arnhem Nijmegen en het CBS.

Sport van belang voor Nederlandse economie

Daarnaast blijkt dat 1,5% van de werkgelegenheid aan sport gerelateerd is. Dat komt neer op 130.000 banen in, door of voor de sport. Verder hebben 1,3% van alle bestedingen in ons land met sport van doen.

Met dit onderzoek van het CBS en de HAN is er voor het eerst een systematisch, internationaal vergelijkbaar overzicht van de belangrijkste economische indicatoren van de sport in Nederland. Hierbij gaat het om de sportgerelateerde productie, consumptieve bestedingen, import en export en werkgelegenheid.

Sportgerelateerde bestedingen: ruim 11 miljard

De sportgerelateerde bestedingen kwamen in 2006 uit op bijna 11,4 miljard euro. Het grootste deel daarvan bestaat uit bestedingen van huishoudens: 6,8 miljard euro. Dit is 2,7% van alle bestedingen van huishoudens. De overheidsuitgaven waren goed voor 2,6 miljard euro (2,4%). Dat het totale aandeel van sport binnen de totale bestedingen in Nederland toch aanzienlijk lager is (1,3%), komt door de beperkte impact van sport ten aanzien van investeringen (0,3%) en export (0,4%).

Vooral voor de horeca is sport een belangrijke inkomstenbron: 1,1 miljard euro, oftewel bijna 9% van alle bestedingen in de horeca, zijn sportgerelateerd. Daarnaast vinden omvangrijke bestedingen plaats binnen de productgroepen  ‘textiel, kleding en lederwaren’ (1,2 miljard euro), ‘openbaar bestuur’ (1,0 miljard euro), ‘onderwijs’ (1,1 miljard euro) en ‘overige dienstverlening’ (2,4 miljard euro). Onder deze laatste categorie vallen onder andere de bedrijfstakken cultuur, sport en recreatie. Het gaat dan om goederen en diensten van sportclubs, sportscholen, fitnesscentra en sportaccommodaties, evenals sportevenementen en overkoepelende/ondersteunende organisaties (NOC*NSF, sportbonden en -raden et cetera), sportgerelateerd gokken en uitzendingen op radio en televisie.

Sport als diensteneconomie

De toegevoegde waarde van sport was in 2006 5,2 miljard euro. Dat komt overeen met een aandeel in onze economie van 1,0 procent in dat jaar (NB 2006 is het laatste jaar waarvoor in internationaal verband cijfers beschikbaar zijn). De niet-commerciële diensten zijn hierbij goed voor bijna 60% van de totale toegevoegde waarde. Daarvan is een groot deel afkomstig van de overheid. Die draagt van alle onderscheiden sectoren het meest bij aan de sportgerelateerde toegevoegde waarde: 1,6 miljard euro. Door de commerciële dienstensector wordt er ruim 1,3 miljard euro aan waarde gecreëerd. De producenten van goederen genereren slechts 360 miljoen euro aan sportgerelateerde toegevoegde waarde. Op basis van deze cijfers kan sport in Nederland met recht een diensteneconomie worden genoemd.

Sport: Nederland netto-importeur

De export van sportproducten en -diensten levert Nederlandse bedrijven 1,6 miljard euro op. Daartegenover staat een import van 1,8 miljard aan sportgerelateerde goederen en diensten. Nederland kent wat betreft sport een negatieve handelsbalans van, om precies te zijn, 160 miljoen euro.

130.000 Banen

In het sportgerelateerde deel van de economie zijn 130.000 mensen werkzaam (1,5 procent van alle werkenden in Nederland; stand 2006). De meesten van hen werken in loondienst (bijna 85%) en relatief vaak in deeltijd; per saldo bedraagt het totale arbeidsvolume 100.000 voltijdbanen. De arbeidsproductiviteit komt daarmee op 49.000 euro per arbeidsjaar, ruim 30% lager dan het gemiddelde in de economie van 73.000 euro. Dit hangt samen met het relatief grote aandeel van sportgerelateerde werkgelegenheid in bedrijfstakken als handel, horeca en reparatie en andere diensten waarin de arbeidsproductiviteit op zichzelf al laag is.

Bijdrage HAN aan het onderzoek

Namens de HAN hebben Willem de Boer en Egbert Oldenboom meegewerkt aan het onderzoek. Willem de Boer is als docent en onderzoeker verbonden aan HAN Sport en Bewegen, op het expertisegebied Sports Economics & Sports Management. Hij doet onderzoek naar economische aspecten rondom sport. Kijk voor meer informatie op www.han.nl/seneca. Egbert Oldenboom is als onderzoeker en community builder verbonden aan bureau Meerwaarde.

Meer informatie over Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN):

Bekijk het complete profiel

Linkedin bedrijfspagina RegioinBedrijf Volg RegioinBedrijf op Linkedin

Volg RegioinBedrijf op LinkedIn en blijf op de hoogte van regionale ontwikkelingen!