Bent u klaar voor de nieuwe lease- en (ver)huurboekhouding?

  • Bouw

Vanaf januari 2019 gaan nieuwe boekhoudkundige normen voor lease- en huurconstructies gelden. En dat is zeker geen vestzak-broekzak verhaal. De nieuwe regelgeving kan invloed hebben op onder meer de balans, de jaarrekening en het eigen vermogen.

Bent u klaar voor de nieuwe lease- en (ver)huurboekhouding?

Daarom is het handig om uzelf nu al af te vragen of veranderingen in uw vastgoedportefeuille slim zijn.

Trend richting flexibiliteit

In september publiceerde Hevo een artikel over de toenemende vraag naar flexibiliteit ter versterking van het vastgoedportfolio van kantoorhoudende organisaties. Eenvoudig samengevat winnen flexibele leaseoplossingen in vastgoed aan populariteit. De vraag is of de nieuwe IFRS-normen deze trend versterken of juist beperken. Om antwoord te kunnen geven is het belangrijk om te weten welke IFRS 16-normen er voor wie gelden. De vernieuwde IFRS-regels van de International Accounting Standards Board (IASB) gelden vanaf 1 januari 2019 voor alle beursgenoteerde ondernemingen. Met deze nieuwe boekhoudkundige normen moeten financiële rapportages nog duidelijker, transparanter en onderling beter vergelijkbaar worden. Juist om die reden is het heel goed denkbaar dat andere organisaties vrijwillig de IFRS 16-normen gaan hanteren.

Nieuwe spelregels voor lease- verhuurboekhouding

Juist voor lease- en huurcontracten gelden binnen IFRS 16 nieuwe spelregels. De IASB definieert lease als ‘een contract dat de klant het recht geeft om een asset te gebruiken voor een bepaalde tijd in ruil voor een vergoeding’. Binnen de huidige IFRS-regels (tot eind 2018) worden twee soorten lease onderscheiden:

  1. Financiële lease

    De verhuurder is voornamelijk kredietverstrekker, de huurder is economisch eigenaar van het gehuurde.
  2. Operationele lease

    De verhuurder blijft verantwoordelijk voor het hetgeen hij verhuurt. De huurder betaalt voor het gebruik van de asset als zijnde een service.

Gevolgen invoering IFRS 16-normen

Op dit moment hoeven operationele leaseconstructies alleen tekstueel te worden toegelicht in de jaarrekening (‘off-balance sheet’) van de huurder. In de praktijk betekent dit dat het grootste deel van deze schulden en verplichtingen onzichtbaar blijft in de financiële rapportages, waardoor die te rooskleurig zouden zijn. Dat is een van de redenen van de IASB om de IFRS 16-normen in te voeren. In deze nieuwe boekhoudkundige normen moeten alle leasecontracten op de balans van een organisatie vermeld worden. Daardoor worden de lasten en schulden op de jaarrekening groter. In de praktijk zal de administratieve druk toenemen, omdat er meer werk is om alle gegevens te verzamelen en te verwerken in rapportages. Daarnaast sluiten de grote accountancykantoren niet uit dat de IFRS 16-normen leiden tot veranderingen in bedrijfsvoering en vastgoedstrategieën.

Huisvesting aanpassen aan nieuwe IFRS 16-normen

Moet u nu uw huisvesting aanpassen aan de nieuwe IFRS 16-normen? Hevo vindt van niet. Maar de invoering van deze nieuwe boekhoudkundige normen is een mooi moment om uw lease- en (ver)huurcontracten te optimaliseren. Het loont de moeite om eens kritisch te kijken naar:

  1. Duur van uw contract

    De ingezette trend van flexibiliteit in leasecontracten is onomkeerbaar. Omdat huurcontracten met een looptijd onder de 12 maanden niet onder de nieuwe IFRS 16-regels vallen, kan het aantrekkelijk zijn om het vastgoed flexibel te huren of verhuren. Belangrijke kanttekening is dat bij de intentie om de (ver)huur langere tijd voort te zetten deze leaseconstructie alsnog meegenomen moet worden op de jaarrekening.
  2. Onderhuur

    Bij onderhuur wordt een deel van het vastgoed ondergebracht bij een aanbieder van flexibele kantoorruimte, zoals HNK, Tribes en Regus. Deze partij huurt dan rechtstreeks van de eigenaar en heeft daarmee ook de verplichting dit contract volgens de regels te vermelden in de boekhouding. Als onderhuurder hoeft u dit contract niet volledig in financiële rapportages te vermelden, omdat deze vorm van huren gezien zou kunnen worden als een servicecontract. Net als kortlopende huurcontracten vallen deze servicecontracten niet onder de IFRS 16-normen.
  3. Hoogte van de huurprijs

    Een andere mogelijkheid om de kosten van vastgoed in de boekhouding te ‘drukken’ is om de ‘kale huurprijs’ zo laag mogelijk te houden. Vanzelfsprekend kan dit leiden tot discussie met verhurende partijen. Het ‘geldverschil’ kan ondergebracht worden in de aanvullende servicecontracten. Deze kosten hoeft de huurder alleen periodiek te verantwoorden en niet te verwerken in de jaarrekening.

Boekje open over huisvesting

De nieuwe IFRS 16-normen hebben vooral betrekking op de boekhoudkundige kant van bedrijfshuisvesting. Maar goede huisvesting is veel meer dan dat. Daarom is Hevo van mening dat andere aspecten - zoals locatie, (duurzaam) gebouw, bereikbaarheid en aanwezigheid van geschikt personeel - minstens zo belangrijk zijn. Haar adviseurs helpen u graag met al uw huisvestingsvraagstukken, dus ook als het om IFRS 16 gaat. Kortom: wilt u meer weten over de invloed van IFRS 16 op uw huisvesting of over het toepassen van flexibiliteit en tijdelijke kantoorruimte binnen uw vastgoedportfolio? Neem dan contact op

Meer informatie over HEVO B.V.:

Bekijk het complete bedrijfsprofiel

Linkedin bedrijfspagina RegioinBedrijf Volg RegioinBedrijf op Linkedin

Volg RegioinBedrijf op LinkedIn en blijf op de hoogte van regionale ontwikkelingen!